emmanuelvierin.jpg

Home

Monografie

Oeuvre - catalogus

Opzoeken van werken

Signatures

Gedetailleerde schilderijen

Tentoonstellingen

Contacts

Biografie (vervolg)

Een artistieke familie (vervolg)

Ter Wilgen familie
« Emmanuel en Marguerite met hun 7 kinderen te Ter Wilgen in 1909 »

Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog bracht chaos en paniek. De Belgische bevolking vluchtte massaal richting Frankrijk, Engeland of Nederland. Viérin trok aanvankelijk met zijn gezin naar zijn zomerverblijf' Ter Wilgen'(10) in Duinbergen. De gruwelijke gebeurtenissen in Leuven(11) overtuigden hem om het land te verlaten. In september 1914 vertrok hij met zijn broer Joseph naar het buitengoed Iepenoord' dat zij samen bewoonden in Oostkapelle op het eiland Walcheren. In een brief aan mevrouw Lateur (Streuvels) beschrijft hij 'Iepenoord' als volgt: 'Wij wonen hier op een soort kasteel, te midden in een grote tuin, langs de grote weg van Middelburg naar Domburg. Het huis was niet gemeubeld maar wij hebben al gauw wat van alles bijeen gebracht en wij leven er goed.'(12) Dat was het begin van vier jaar 'ballingschap' in Nederland.

Na twee jaar verhuisde Emmanuel Viérin naar huis 'Ruimzicht' in Domburg, eveneens op Walcheren. Tijdens zijn verblijf in Nederland las hij toevallig een krantenbericht over de plundering van zijn huis in Kortrijk. Heel wat schilderijen werden gestolen. Het eerste halfjaar van zijn ballingschap was een sombere periode. Hij kon geen plezier meer vinden in het schilderen. Financieel maakte hij in Nederland blijkbaar een relatief onbezorgde tijd door. Hij kon er een behoorlijke levensstandaard op na houden. Ook zijn vriend Jean Gouweloos (1868-1943) uit Brussel, die tijdens de oorlog in Scheveningen verbleef, had in dit opzicht geen grote problemen, zoals blijkt uit volgende brief van Viérin aan zijn vriend: 'Mon cher Jean. Hier dimanche nous avons passé quelques excellentes heures chez toi. Bien qu'il n'y ait plus de charbon dans la contrée et que tout le monde crie famine, nous nous sommes délicieusement chauffés et nous avons copieusement fait honneur au bon diner que ta chère femme nous avait préparé. Le soir nous avons recommencé à manger... Un vrai défi à la famine menacante!'(13)

Na de oorlog keerde Viérin naar Kortrijk terug, waar hij zijn huis in heel slechte staat aantrof. Hij meldde dit in een brief vanuit Duinbergen aan Jean Gouweloos in 1919. Viérin lijkt heel erg aangedaan door deze feiten: 'Si je ne vous ai pas donné de nouvelles plus tôt, c'est parce que par moments je ne sais plus où se trouve ma tête tellement je suis absorbé par une multitude de préoccupations, soins et soucis [...] Je suis allé à Courtrai où j'ai trouvé ma maison dans un état lamentable. Dans mon atelier, au milieu du parquet, sous le lanterneau un demi-pied de neige, les murs vides, mes meubles disparus. Par terre des centaines de lettres, des portraits des enfants, de ma femme, des amis, le tout sali, maculé par les pieds des visiteurs de ma maison ouverte à tous les vents! Je suis parti écœuré après avoir ramassé quelques lettres et portraits. C'est après tout notre maison ici qui nous abrite le mieux et où nous avons conservé le plus de nos meubles. Et maintenant vouloir ou pas vouloir, je dois m'occuper de la question des constats de dommages, j'ai affaire, du matin au soir, dans la réalité et du soir au matin dans mes rêves, aux experts en meubles et immeubles, aux plombiers..."(14)

Hij woonde nog in de Vanden Peereboomlaan in Kortrijk tot 1926. Toen werd een nieuwe, moderne villa gebouwd door Pierre, de zoon van Emmanuel, in de Jan Bethunelaan nr. 12. (15) In overeenstemming met de ligging aan de rand van de stad werd gekozen voor een halflandelijke, halfstedelijke stijl. Een gedetailleerde beschrijving van de villa vinden we terug in een artikel van het magazine Vie à la Campagne uit 1929.(16) De foto's bij het artikel illustreren de pracht van de villa. Het huis bevond zich op de hoek van twee met bomen verfraaide straten en Emmanuel benadrukte dat de bomen niet mochten verdwijnen bij de bouw. Zo had hij door de grote ramen in de villa altijd een prachtig uitzicht. Er werd ook een atelierruimte voorzien die deels uitkeek op een grote tuin. In de tussenoorlogse jaren was hij gelukkig, te midden van talrijke herinneringen zoals de vele doeken die bevriende schilders aan hem hadden opgedragen: Albert Baertsoen (1866-1922) Hubert Bellis (1831-1902), Firmin Baes (1874-1945) en vooral zijn goede vriend Frans Van Holder (1881-1919), die een zeer mooi portret van Viérin alsook van zijn echtgenote maakte.

Emmanuel Viérin Frans Van Holder
Frans Van Holder. Portret van Emmanuel Viérin, 1907, olieverf op doek, 102 x 133 cm, Stedelijke Musea Kortrijk (gift van Emmanuel Viérin, kleinzoon van de geportretteerde)

10 De villa bestaat nog en is gelegen in de Meeuwendreef. Volgens Stijn Streuvels, 1979, pp. 190-191, was Viérin al voor 12 oktober 1914 met zijn familie uit Kortrijk vertrokken.
11 Op 25 augustus 1914 stichtten Duitse Soldaten brand op grote schaal en maakten zij zieh schuldig aan willekeurige executies van Leuvense burgers, geweldplegingen en plunderingen. Toen enkele geloste schoten aan vrijschutters werden toegeschreven, ontstond paniek en algauw viel de stad ten prooi aan anti-terreurmaatregelen. Na een week was bijna een derde van de stad in as gelegd; meer dan 200 Leuvenaars verloren het leven en 650 mannen werden naar Duitsland gevoerd.
12 Brief van E. Viérin aan Alida Staelens-Lateur, 25 november 1914 (privéverzameling).
13 'Mijn beste Jean. Gisteren zondag hebben wij enkele schitterende uren bij je doorgebracht. AI is in de hele Streek geen steenkool meer te vinden en al klaagt iedereen zijn nood, toch hebben wij ons heerlijk kunnen warmen en overdadig genoten van het goede maal dat je lieve vrouw voor ons klaargemaakt had. 's Avonds hebben wij nogmaals gegeten... als
14 '[...] dat ikje niet eerder nieuws hebgestuurd, komt doordat iksoms niet weet waar mijn hoofd Staat, opgeslorpt als ik ben door allerlei zorgen, bezigheden en bekommernissen. [...] Ikben naar Kortrijk geweest waar ik mijn huis in erbarmelijke toestand aangetroffen heb. In mijn atelier lag een halve voet sneeuw midden op de parketvloer onder de koepel; de muren waren kaal, alle meubels weg. Op de grond honderden brieven, de portretten van mijn kinderen, van mijn vrouw, van mijn vrienden, alles bevuild en bezoedeld door de voetstappen van indringers in mijn huis dat aan alle kanten openstaat! Ik ben ontmoedigd weggegaan nadat ik enkele brieven en portretten bijeengeraapt had. Ons huis hier biedt ons ten slotte nog het beste onderdak en hier hebben wij nog de meeste van onze meubelen kunnen vrijwaren. En ik moet me nu willens nillens bezighouden met de kwestie van de schadeconstateringen en krijg van 's morgens tot 's avonds in de realiteit en van 's avonds tot 's morgens in mijn dromen te maken met experts n roerend en onroerend goed, loodgieters...'
15 De Jan Bethunelaan werd in 1981 de Félix de Bethunelaan.
16 A.Maumène, 1929, pp. 354-358.


(c) Vereniging « Emmanuel Viérin 1869-1954 » - 2022